donderdag 25 juni 2009

Zorgenname beperkingen 1

Ontwikkelingsstoornissen


Wat is een ontwikkelingsstoornis?

Een kind heeft een ontwikkelingsstoornis als ouders en deskundigen het erover eens zijn dat het kind zich niet goed ontwikkelt. Het kind gaat bijvoorbeeld later dan andere kinderen zitten, staan, lopen of brabbelen. Of het kind is erg druk, of u krijgt heel moeilijk contact met het kind.
Er zijn veel soorten ontwikkelingsstoornissen. Voorbeelden zijn:

ADHD;
autisme;
verstandelijke beperking;
leerstoornissen, zoals rekenstoornissen en dyslexie.


datum laatste wijziging: 9 december 2008

naar boven
Verschijnselen

Hoe herkent u een kind met een ontwikkelingsstoornis?

De problemen van kinderen en jongeren met een ontwikkelingsstoornis zijn heel verschillend:

Sommigen halen de mijlpalen in de ontwikkeling niet op tijd (eerste lachje, iets pakken, zitten, staan, lopen enzovoort).
Sommigen hebben problemen met bewegen (houterig bewegen, vaak struikelen).
Sommigen zijn snel afgeleid.
Sommigen hebben moeite met het leren lezen en spellen.
Sommigen hebben moeite met rekenen.
Sommigen maken moeilijk contact met anderen.
Maar de kinderen die dezelfde ontwikkelingsstoornis hebben, lijken weer wel veel op elkaar. Zo hebben alle kinderen met dyslexie problemen met lezen en woordjes foutloos schrijven.


Dyscalculie



Wat is dyscalculie?

Dyscalculie betekent letterlijk niet goed kunnen rekenen. Kinderen met dyscalculie hebben geen gevoel voor getallen. Ze hebben moeite met de regels van het rekenen. Ook na veel oefenen lukt het ze niet een som goed uit te rekenen. Dat komt omdat ze de rekenregels niet hebben geautomatiseerd. Ze passen bij het oplossen van een som dus niet automatisch de juiste stapjes toe.

Toch hebben kinderen met dyscalculie meestal een normale intelligentie. Wat dat betreft lijkt dyscalculie veel op dyslexie (woordblindheid). De twee problemen komen dan ook regelmatig tegelijkertijd voor.

Wat precies de oorzaak is van dyscalculie is niet bekend. Wel zijn er aanwijzingen dat erfelijkheid een rol speelt.

Om erachter te komen of uw kind dyscalculie heeft, is een uitgebreid onderzoek door een dyscalculiedeskundige nodig. De school van uw kind kan u aan een betrouwbaar adres helpen. Bij de dyscalculiedeskundige kunt u ook voor behandeling terecht. Daar oefenen ze met uw kind de rekenregels. Op school krijgt uw kind hulp van de remedial teacher (RT) voor zijn of haar rekenproblemen. Belangrijk is dat uw kind één manier van uitrekenen leert en niet meerdere want dat werkt verwarrend.

Voor dyscalculie bestaat nog geen protocol. Over welke voorzieningen voor een kind met dyscalculie nodig zijn is ook nog geen overeenstemming. Wel kunnen kinderen met de diagnose dyscalculie op school extra tijd krijgen voor een rekentoets. U kunt hiervoor een verzoek indienen bij de directeur.

De zorgverzekering vergoedt de kosten voor dyscalculieonderzoek en buitenschoolse dyscalculiebehandeling niet. Voor de RT op school hoeft u niet te betalen.


Dysfasie


Wat is dysfasie?

Dysfasie is een taalstoornis. Een kind met dysfasie begrijpt anderen wel, maar praat zelf erg weinig of erg slecht. Dat gaat opvallen als het kind ongeveer 2,5 à 3 jaar oud is. Ook daarna gaat het niet beter met praten. Een kind met dysfasie kent weinig woorden en raakt vaak de draad kwijt. Hij springt van de hak op de tak en is slecht te verstaan. Voor een kind met dysfasie is het moeilijker om een gesprek met een ander te voeren dan om uit zichzelf iets te vertellen.
Veel kinderen met dysfasie hebben ook problemen met bewegen (motorische problemen).
Dysfasie ontstaat waarschijnlijk door een stoornis in de ontwikkeling van de hersenen.

Maakt u zich zorgen over de taalontwikkeling van uw kind? Uw huisarts kan u verwijzen naar een logopedist of naar een audiologisch centrum. Vaak is het erg moeilijk om vast te stellen waarom een kind slecht spreekt. Sommige kinderen krijgen bijvoorbeeld gedragsproblemen door hun taalachterstand. Die gedragsproblemen vallen dan meer op dan het taalprobleem.

Dysfasie gaat niet over. Uw kind zal altijd wel moeite houden met het spreken. Maar er zijn wel een paar methoden om een te grote spraakachterstand te voorkomen, zoals de methode van Söderbergh. De logopedist brengt dan de spraak van uw kind op gang door het eerst te leren lezen.

Dyslexie


Wat is dyslexie?

Dyslexie betekent letterlijk niet goed kunnen lezen. Een dyslectisch kind heeft niet alleen moeite met lezen, maar ook met spellen, schrijven, de rekentafels en rijtjes uit het hoofd leren. Dat komt omdat kinderen met dyslexie problemen hebben met automatiseren. Ze moeten bij alles wat ze doen heel goed nadenken, niets gaat automatisch.

Kinderen met dyslexie onthouden niet dat bepaalde letters bij bepaalde klanken horen. Kipen klinkt voor hen als kippen en duer als deur. Ze hebben ook problemen met klanken die je op verschillende manieren kunt schrijven (ei en ij, ou en au). De s schrijven ze in spiegelschrift en ze maken vaak verdubbelingsfouten (oogen in plaats van ogen en or in plaats van oor). Bij het lezen herkennen ze de woorden niet.

Dyslexie staat los van intelligentie. Uw kind is dus niet dommer of slimmer dan een kind zonder dyslexie. Vaak is dyslexie erfelijk.

Op school krijgt uw kind remedial teaching voor dyslexie. De RT doet iedere week spellings- en leesoefeningen met uw kind. Voor RT op school hoeft u niet te betalen.
Soms is meer hulp nodig. Dan kunt u uw kind aanmelden voor dyslexiebehandeling buiten de school. U kunt de RT vragen bij wie u het beste terecht kunt. Maar u moet erop rekenen dat dyslexie nooit echt overgaat.

U kunt bij een erkende dyslexiedeskundige laten vaststellen of uw kind dyslexie heeft. Kinderen met de diagnose dyslexie krijgen een dyslexieverklaring. Daarmee kan uw kind op school bijvoorbeeld extra tijd krijgen voor het maken van een toets. In het dyslexieprotocol van de school kunt u lezen hoe de school omgaat met dyslectische kinderen.

De ziektekostenverzekering vergoedt dyslexieonderzoek en buitenschoolse dyslexiebehandeling vanaf 2009. Uw kind moet ernstige dyslexie hebben en op of na 1 januari 2001 geboren zijn. De vergoeding zit vanaf 2009 in het basispakket.

Een kind met een verstandelijke beperking

Wat is een verstandelijke beperking?

Baby's en peuters met een verstandelijke beperking ontwikkelen zich minder snel dan andere kinderen. Ze gaan later dan hun leeftijdgenootjes zitten, staan en stappen. Ze beginnen later met brabbelen en woordjes nazeggen. En ze leren minder snel dan andere kinderen van dezelfde leeftijd. Ze hebben meer herhaling nodig om nieuwe dingen te leren. En dat gaat niet over als het kind ouder wordt. We kunnen zeggen dat het kind als het ware minder snel denkt. U merkt dit op school en bij het spelen met andere kinderen, maar ook later op het werk.

Hoe meten deskundigen of iemand minder snel denkt? Daarvoor zijn er intelligentietests. Bij zo'n test moet iemand verschillende opdrachten uitvoeren. Bijvoorbeeld een puzzel maken, plaatjes bij elkaar zoeken, woorden nazeggen, een zin afmaken, blokjes in een patroon leggen of een stripverhaal in de goede volgorde leggen. De uitkomst van een intelligentietest heet IQ.
De meeste mensen hebben een IQ tussen de 85 en 115. Van mensen met een IQ lager dan 70 kunnen we zeggen dat ze een verstandelijke beperking hebben. Maar iemand met een laag IQ die zich prima redt in het leven, noemen we niet meteen verstandelijk gehandicapt. Mensen heten pas verstandelijk gehandicapt als ze een laag IQ hebben én moeite hebben met bepaalde dingen, zoals:

omgaan met andere mensen;
zichzelf verzorgen;
zelfstandig wonen;
gezond en veilig leven;
nieuwe dingen leren;
werken;
hun vrije tijd op een prettige manier besteden.
Een verstandelijke beperking wordt ook vaak verstandelijke handicap genoemd. Maar het woord beperking geeft volgens veel mensen beter aan dat mensen ondersteuning nodig hebben. Krijgen ze de juiste ondersteuning dan hoeft de beperking geen levenslange handicap te zijn.


Spraakstoornissen
Wat is een spraakstoornis?

Iemand met een spraakstoornis kan bepaalde klanken niet goed maken. Een spraakstoornis ontstaat vaak al op jonge leeftijd. Een kind praat bijvoorbeeld door de neus, het stottert of het kan bepaalde letters niet uitspreken. Moeilijke klanken zoals 'sch' of de 'r' hoeft een kind overigens pas op een leeftijd van zeven jaar te beheersen.

Een spraakstoornis kan op verschillende manieren ontstaan. Sommige kinderen hebben bijvoorbeeld een schisis waardoor ze bepaalde klanken niet kunnen maken. Andere kinderen gebruiken de spieren van hun mond niet goed. Ook slechthorendheid kan spraakproblemen veroorzaken.

Een kind met een spraakstoornis loopt het risico achterop te raken. Het kan dingen misschien niet zo goed onthouden. Ook de sociaal-emotionele ontwikkeling kan achterstand oplopen. Het is daarom belangrijk dat de spraakproblemen vroeg worden herkend.

Bent u bezorgd over de spraakontwikkeling van uw kind? Leg uw zorgen dan voor aan de huisarts of het consultatiebureau. Zij kunnen u doorverwijzen naar een audiologisch centrum voor een spraak-taalonderzoek.

Spraakstoornissen komen niet alleen voor bij kinderen, ook volwassenen kunnen er last van hebben.

De meest voorkomende spraakstoornissen zijn stotteren en articulatiestoornissen.

Een spraakstoornis is wat anders dan een taalstoornis. Bij een taalstoornis heeft een kind moeite met het leren van de taal.

Wat hebben ze veel fantasie zeg
Ik heb gezond verstand en ik heb een hoog IQ, ik ben blij mee dat ik eerlijk enh oprecht mag zeggen.

Geen opmerkingen: